Wat is de wereld toch prachtig stil als het sneeuwt. Vanochtend dacht ik, ik slenter lekker naar de bieb en ga daar wat werken aan een essay of wat marketingboeken lezen, altijd interessant om voor Driekoningen een goed voornemen uit te voeren. Maar ja, ik was de deur amper uit of mijn voeten gleden onder me vandaan. Als een giraffe in een wijnrood skipak kon ik me nog net vastgrijpen aan de lijsterbes voor mijn huis. Oh ja. Het was me al opgevallen dat er niemand door ons straatje liep, de hele ochtend. Het was spiegel-, spiegelglad. Maar er lag ook sneeuw, dus met hernieuwde moed duwde ik me af en glibberde moedig naar de volgende boom. Waar ik me ook na een flinke maaisessie aan vast moest grijpen. Het was leuk geprobeerd, maar er zat niks anders op. Terug naar binnen, de afwas doen, een wasje strijken. <ping>
Een vriendin met vragen over een tekst die ze geschreven had, hoera! Ik heb zo’n idyllisch beeld van oma’s die aan tafel een kruiswoordpuzzel zitten te maken. Onder het genot van een kopje thee in zo’n wit porseleinen kopje met een bloem erop en een gouden randje erlangs, je ziet het voor je hè? Nou dat wil ik dus worden. Iemand die gewoon lekker de hele dag zit te puzzelen met andermans woorden. Soms maak ik mijn eigen puzzel, maar OH wat is het lekker om een verse, dampende tekst onder ogen te krijgen en te ontdoen van ruis. Misschien had ik beter archeoloog kunnen worden of iemand in zo’n schoonheidssalon die puisten uitknijpt, dat is eigenlijk een beetje hetzelfde. Uiteindelijk zit er namelijk iets heel moois onder.
Soms moet je even wat langer poetsen en de schrijver vragen wat er precies aan de hand is, helemaal als je de schrijver kent en je een verandering van stijl waarneemt, maar dan heb je wel meteen een goed gesprek. Ogen zijn de spiegels van de ziel, maar teksten kunnen ook heel wat blootleggen hoor. Daarom is het zo jammer dat mensen gekleurde lenzen dragen of zich schamen voor hun tekst.
Vorige week kreeg ik een aanvraag om iemand te helpen met het schrijven van een verhaal.
‘Schrijven is me passie !’ schreef ze. Oh boy, dacht ik. Ze schreef ‘me’ EN ze plaatste een spatie tussen passie en het uitroepteken. Nou daar stroop ik mijn mouwen voor op, dat snap je. Ik vind het ook leuker om in vieze huizen schoon te maken dan in huizen waar de boel al op orde is. Kom maar op met je puinhoop aan woorden, samen komen we er wel uit. Dus het gat van wilde plannen dat ik wilde uitvoeren in de bieb werd meteen opgevuld door allerlei schrijfprocessen en ik lik mijn vingers erbij af. Er is niets om je voor te schamen, iedereen heeft talloze redenen waarom iets niet lekker op papier terechtkomt en dan is een handje in de rug net wat je nodig hebt. Wie heeft er nog meer kluwen om te ontwarren?